Ik had er geen streng conformistische opvoeding voor nodig om me vreselijk druk te maken over wat een ander van me zou kunnen denken. Het was er gewoon al, heel diep ingesleten. Als ik als kind viel met mijn fiets en de tranen me over de wangen liepen vanwege de pijnlijke schaafwond dan keek ik door mijn tranen heen schichtig om mee heen of niemand mijn blunder had gezien. Na zo’n vreselijke afgang hoopte ik altijd ongezien thuis te kunnen komen, waar alleen mijn moeder me mocht troosten. Misschien wist ik ergens best dat die bezorgde, behulpzame buurvrouw het alleen maar goed bedoelde en er verder helemaal niets bij dacht, maar het liefst zakte ik ter plekke door de grond. Zelfs nu, 40 jaar en heel veel zelfonderzoek later, begrijp ik mijn eigen kinderbrein nog niet helemaal.

Misschien wist ik wel dat vallen bij het leven hoort en echt geen afgang was, maar ergens was er een stemmetje dat me wist te overtuigen dat ik iets heel stoms had gedaan. Zelfs als een ander iets dergelijks overkwam had ik last van een haast verlammende plaatsvervangende schaamte.

Bijna paradoxaal is het dat er aan de andere kant juist iets heel eigengereids in me zat; waar het ook over ging; ik wilde het op mijn eigen manier doen en altijd net een beetje anders. In de pas lopen paste ook niet bij me. Ik deed juist niet altijd wat een ander van me verwachtte. Op kamp met een hobbyclubje moest ik meedoen aan een programma wat ik helemaal niet leuk vond. Hoe hard ik ook probeerde, ik kon het niet opbrengen, en faken lukte al helemaal niet. Mijn ‘systeem ‘ bedacht de ‘oplossing’: dermate hevige heimwee dat naar huis gaan de enige optie was. Waar ik natuurlijk weer boos over was op mezelf, want ik was weer degene die niet leuk meedeed.

De enige conclusie die ik kon trekken was dat ik raar was.

Ik voelde me vaak anders en onbegrepen en kon uren nadenken over het hoe en waarom der dingen. Bevredigende antwoorden leverde dat denken natuurlijk zelden op.
Zo’n 17 jaar geleden hoorde ik, dankzij mijn fantastische coach die me begeleide na mijn burn-out, voor het eerst over hoogsensitiviteit. Het landde nog niet direct, maar toen ik een paar jaar later in de snel overprikkelde kleine kinderen zat en me er meer in verdiepte vielen er heel wat puzzelstukjes op hun plek. Om maar even bij de puzzel te blijven… Ik vond de verklaring voor mijn angst om te falen, voor het niet weten of wat ik voelde van mezelf was of van de ander. En voor het continue piekeren over wat anderen wel niet zouden kunnen denken.

Ik leerde er anders naar kijken en vooral er anders mee omgaan.

Dus maak ik me nooit meer druk over wat een ander van me denkt? Ha, was het maar waar… (of toch niet?). Natuurlijk gebeurt het me nog regelmatig. Vorig jaar nog was ik volkomen van slag doordat een collega me vertelde dat er over me gepraat werd. Ik kan nog bijna voelen hoe mijn bloed leek te stollen en mijn ingewanden zich samen leken te trekken bij die mededeling. Ik had immers zo mijn best gedaan om oprecht en integer te zijn. Om het goed te doen. De tranen liepen over mijn wangen. Eerst werd ik boos op degene die iets over me gezegd had. Want die had makkelijk praten, die moest eerst maar eens hand in eigen boezem steken… Vervolgens zwolg ik in zelfmedelijden; hoe ik ook mijn best doe, het is toch nooit goed genoeg…
Tot ik het allemaal weer wat helderder zag en me afvroeg: waar gaat dit eigenlijk over?

Mijn ratio weet natuurlijk heel goed dat ik geen belang hoef te hechten aan de mening van een ander, zeker niet als diegene behoorlijk ver van me afstaat. Het gaat dan ook helemaal niet over de situatie in het hier en nu. De situatie, de ander, triggert me slechts. Triggert die oude groef: ik heb iets niet goed gedaan, nu word ik er op afgerekend…
Ik heb geleerd deze triggers en het onderliggende kernpatroon sneller te herkennen en op het juiste level ermee aan de slag te gaan. Daarmee blijf ik uit de neerwaartse spiraal en dus uit de ellende waar ik vroeger nog wel eens in verzeild raakte. En dat maakt het leven zoveel mooier. Wie beter in zijn vel zit is minder bezig met wat anderen kunnen denken.
Me druk maken over wat een ander zou kunnen denken is voor mij nu een signaal. Een signaal om verder zelfonderzoek te doen en me verder te ontwikkelen. Het wordt alleen maar mooier. Vandaar de opmerking ‘of toch niet?’…

Ben je ook iemand die zich snel druk maakt over wat een ander zou kunnen denken? Of het nu wel of niet iets te maken heeft met je opvoeding, onderstaande tips helpen je om te relativeren.

  • Realiseer je dat de ander helemaal niet zo met jou bezig is als jij denkt. Vaak is die ander alweer tig gedachten verder en met iets anders bezig (met zichzelf ?), als jij nog loopt te piekeren. Die ander was slechts de trigger, niet de oorzaak van jouw emotie. Maak onderscheid tussen de gedachte en de emotie.
  • Wees blij dat mensen iets van je denken of over je praten; blijkbaar ben je interessant genoeg. Stel je maar eens voor dat ze jou helemaal geen aandacht zouden geven.
  • Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken en welke mening je ook hebt; er zijn altijd mensen die het niet met je eens zijn. Met andere woorden: er zijn altijd mensen die iets denken of vinden. Zeker als je ergens voor staat of voor gaat. Hoe meer je jezelf laat zien, des te meer mensen kunnen iets vinden. Is dat een reden om jezelf dan maar helemaal niet te laten zien? Ik hoop het niet. Kijk eens om je heen naar mensen waarvoor je het meeste respect hebt of die je misschien zelfs bewondert: zijn dat mensen die zich stilhouden en naar de pijpen van anderen dansen? Waarschijnlijk niet. Maak het daarom vooral jezelf naar de zin en doe de dingen waar jij achter staat. Doe wat goed is voor jou. Dan hoef je in elk geval niet met jezelf in conclaaf.
  • Stop met jezelf te verdedigen of te verantwoorden. Wees duidelijk in wat je wilt, waar je voor staat en handel daarnaar. Vraag geen toestemming, direct of indirect. Draai het maar eens om: stel je voor dat een ander voortdurend verantwoording aflegt voor keuzes die hij of zij maakt. Wat doet dat met jou en jouw beeld van de ander?
    Precies. Stop dus met verantwoorden.
  • Nog een uitsmijter: kun jij gedachten lezen? Voor zover ik weet is nog nooit bewezen dat wij mensen kunnen weten wat een ander denkt. Jij bent daarop geen uitzondering. En als je het al zou kunnen, vertrouw je er dan blind op? Terwijl je vaak je eigen gedachten al niet vertrouwt. Laat deze maar eens op je inwerken.

Ik hoop je met deze tips te inspireren om je minder druk te maken over wat anderen van je zouden kunnen denken en steviger te gaan staan. Blijf je het lastig vinden of heb je hier al lang genoeg mee geploeterd? Dan ben je natuurlijk van harte welkom om er eens over te sparren in een gratis sessie.

Heb jij het gratis e-book al?

Met de tips uit dit e-book kun je direct aan de slag. 

Zet nu de eerste stap om je hart te volgen!

Je hebt je met succes ingeschreven!